Een week lang schrijven
Wat is daarvan het resultaat?
Vorige week maandag vertrok ik eindelijk weer op schrijfweek. Een week waar ik oprecht heel lang naar uitgekeken heb. De voorbije maanden was er zelfs een periode dat ik ervan overtuigd was dat ik niet mee kon gaan, omdat het financieel niet lukte. Ik mailde Sanne en Kelly, de organisatoren, en dan kwam er uit een heel onverwachte hoek toch een oplossing, waardoor ik alsnog mee mocht op schrijfweek. En dus ging ik weer aftellen naar die 6de juli van dit jaar. De ochtend dat het eindelijk zo ver was, kon ik mijn vreugde niet op. Mijn koffer woog veel. Veel te veel! Ik was ervan overtuigd dat ik dit jaar alles bij me had, en even voor twee uur vertrok ik naar Herenthout, waar ik collega-auteur een schrijfweek-genoot Flo ophaalde. De enige twee Belgen, en jeetje wat verdedigen we die met trots.
Toekomen en meteen een ander gevoel
Na een rit van twee uur, kwamen we toe in het Limburgse Lottum. Ik kende het nog van vorig jaar, een prachtig landhuis uit de 14de eeuw dat een heerlijke sfeer ademt. Uiteraard waren Flo en ik weer eerst, al kwamen Do en Ilse heel snel na ons toe. We vielen Sanne en Kelly, de organisatie die ons opwachtte, in de armen, net als Do en Ilse. Na wat gestommel, want mijn koffer was écht te zwaar om de trap op te sleuren, ging ik naar mijn kamer en begon ik wat uit te pakken. Ik kon niet zeggen wat het was, maar van het moment dat ik toekwam, had ik alleen nog zin om je janken. Echt janken. Alsof de rust van de omgeving me zo hard overviel, waardoor alles van de voorbije maanden als een sneltrein op me af kwam gesneld. Tijd om een traan te laten was er niet, want langzaam kwam iedereen toe. Ik trok me even terug in de sofa voor wat rust, al kwamen er al snel anderen bij me zitten om bij te praten. Eenmaal compleet gingen we eten, en na het avondeten trok ik naar mijn slaapkamer, waar ik heb gejankt. Echt gehuild, zonder te weten waar die tranen voor stroomden. Die avond heb ik nog een heel klein beetje geschreven, al was het niet veel. Toen ik mijn dagcijfer ging ingeven, stelde ik tot mijn horror vast dat het dag op dag exact vier maanden was geleden dat ik nog aan dit manuscript had geschreven. Het enige wat ik kon, was gaan slapen met de hoop dat dit zware gevoel in de ochtend weg zou zijn, en dat de schrijfgoden me goed gezind zouden zijn.
En of er geschreven is!
Een dag per dag opstel ga ik hier niet neerzetten, want dan ga ik je al snel vervelen. Wat ik je wel kan zeggen, is dat ik me de volgende ochtend veel beter voelde. Alsof ik die tranen nodig had om ruimte te maken voor nieuwe dingen. En die nieuwe dingen kwamen. Wees daar maar zeker van. Jack en Ola zaten aan de voorkant van mijn brein en ze praatten erop los. Ik kreeg ze het zwijgen niet opgelegd. Als overmaat van ramp, begon dan ook nog eens Rhys tegen me te praten, ongeduldig om zijn beurt af te wachten om zijn verhaal vertaalt te zien naar een boek. Nou, ik heb Rhys toch even een pak op zijn billen gegeven (heel erg figuurlijk dan toch), want hij moest wachten tot Jack en Ola me alles hadden verteld. Ik schreef iedere ochtend, namiddag en avond. Dit jaar gaf ik verstek voor de Hitster avondjes, al heb ik daar ergens wel spijt van.
Ook tijd voor ontspanning
Op vrijdag kwam het voorstel in de groep om naar de thermaalbaden van Ancen te trekken. Of de terminaalbaden, zoals we in de auto bedachten. Of zouden het termietenbaden zijn. Kort samengevat, ik reed mee en het was gezellig onderweg. Het was trouwens ook mijn allereerste keer ooit op een overzetboot. Daar moet je dan 45 voor zijn, zelfs bijna 46 voor worden. Ach ja, voor alles een eerste keer in je leven. De thermaalbaden/terminaalbaden/termietenbaden waren geweldig! Twee uurtjes en half genoten van zout water (wat mijn smaakpapillen wel niet wisten te waarderen), onderwater massagestralen, bubbelend water en stroomversnellingen, en dat allemaal buiten in een blakende zon. Ben ik verbrand die dag? Tja, uiteraard! Heeft het mijn batterijen mee opgeladen? Zijt ma zekers!
En wat heeft dat nu opgebracht?
Want dat is nu wel de vraag, natuurlijk. Zeven dagen schrijven, wat is daarvan het resultaat? Vorig jaar ging ik voor de eerste keer mee, en zette ik tijdens die schrijfweek twee records neer: een dagrecord van 12.000 woorden en een weekrecord van 52.000 woorden. De eerste helft van Haar beschermers werd toen geschreven. Ik vertrok met het idee om een record te verbreken, en dan vooral het weekrecord. Meer dan 12.000 woorden op een dag, dat leek me niet haalbaar. Wel… Ik moet daarop terugkomen. Mijn nieuwe dagrecord bedraagt 15.016 woorden. En hoeveel woorden ik dan in totaal heb geschreven in deze zeven dagen? Een totaal van 60.869 woorden. Vooral die laatste twee cijfers vind ik leuk… I a way, heb ik een soixante-neufke gedaan…
De eerste versie van Mijn secretary is geschreven en vertrekt deze week nog naar de proeflezers, en in de eerste versie van Mijn treasurers staan de eerste 19.000 woorden er ook al in. Mijn drive om te schrijven is helemaal terug, en ik ben klaar om jullie met al die dark romance blij te maken. Wil ik volgend jaar weer mee op schrijfweek? Ja, natuurlijk! Alleen moet ik even zien of het me financieel lukt. Ik ga dus extreem hard aan de slag, om dat te doen lukken! En intussen ben ik aan de slag met Rhys en Kensi, en boy, wat hebben die twee veel leuks te vertellen.
A final thanks!
Liefste Sanne en Kelly, dank je wel voor de organisatie, om ons in leven te houden (eten te geven), voor alle schrijfoefeningen, feedback en sparringsmomentjes! Lieve Do, een heel speciale dank, je weet waarom! En dan nog de beste schrijfweek groep: dank je wel Flo voor de gezelligheid onderweg, Ilse voor je lach die ik wil bottelen om af en toe te openen als ik het nodig heb, Marieke voor je rust, Sandra voor je wijsheden, Manon voor al je weetjes, Elisabeth voor je zachtheid en Riemmelth voor je allerleukste grappen en de fijne vooruitzichten die we beiden hebben, blijf manifesteren, ik zal je er dankbaar voor zijn!